Mijn leven als hartpatiënt, deel 2

Het leuke van een blog is dat je er naar kunt kijken als een geoloog die aardlagen bestudeert: door naar de structuur en de toon te kijken van de verschillende items kun je precies zien hoe iemand zich in een bepaalde periode voelde. Dat in ogenschouw nemend was mijn vorige blog een periode van actief vulkanisme. De frustratie druipt er werkelijk van af. Nu, twee weken later moet ik eigenlijk alweer toegeven dat de situatie weer heel anders is. Daarover later meer.

Goed, zoals beloofd in het vorige blog zou ik nog eens uitgebreid terugblikken op wat er nou allemaal precies gebeurd is, en nu lijkt me een goed moment. Zoals ik eerder al schreef was er voor die vrijdag niet veel aan de hand. Achteraf gezien ga je natuurlijk altijd analyseren of je niet eerder had kunnen aanvoelen dat er iets mis was. Misschien was dat ook wel zo, want als zesjarig jongetje was ik altijd bezig met – jawel – mijn hart. Dan dacht ik dat het tijdens mijn slaap zou blijven stilstaan en dat ik dan nooit meer wakker zou worden. Die gedachten namen op een bepaald moment zulke ernstige vormen aan dat de dokter er aan te pas moest komen om me in te wrijven dat ik kerngezond was en me nergens zorgde over hoefde te maken. Hij stemde wel in om de zesjarige Nielsje even met de stethoscoop te onderzoeken, maar daar kwam uiteraard niks uit. Het kan natuurlijk zo zijn dat deze dwanggedachten puur toeval waren, maar het is wel typisch dat dat dan ruim twintig jaar later het exact zo uitkomt. Later heb ik nog een keer tijdens een bioscoopbezoek een soortgelijke ervaring gehad waarbij ik ook helemaal niet goed werd, maar ook dat was voor mij niet direct een aanleiding om mezelf eens goed te laten onderzoeken. Of ik dat achteraf wel had moeten laten doen? Misschien wel, maar ik denk niet dat het me dan gelukkiger had gemaakt. Wellicht was er toen inderdaad iets uitgekomen en had ik dan jarenlang allerlei onderzoeken moeten ondergaan. Ik denk het zo beter geweest is.

Twee dagen voor het ongeval hadden Ascha en ik een bruiloft. Wat dit bijdraagt aan het hele verhaal weet ik niet precies, maar ik denk dat het belangrijk is om te vermelden, omdat ik de weken erna vooral bezig ben geweest om me dingen ervan te herinneren. Na de hartstilstand was alles wat in de week ervoor gebeurde grotendeels verdwenen, maar aan de hand van het doorspreken van herinneringen en het bekijken van foto’s kwam alles weer langzaam terug. Het was in ieder geval een fantastisch mooie dag, wel een beetje aan de frisse kant, maar verder een dag zoals iedereen zijn of haar bruiloft van tevoren het liefst wil meemaken: weinig wind, veel zon, en een aangenaam temperatuurtje. Een prachtige dag dus. Dat gold ook voor de dag erna, die het sportieve hoogtepunt uit mijn leven zou worden: de Klimclassic in Zuid-Limburg en de Belgische Ardennen. Jawel, deze jongen had zich ’s winters in een halfdronken bui laten gevallen dat hij “ook wel even mee zou doen”, en toen ik de volgende morgen wakker werd met 20 ongelezen Whatsappjes in een nieuwe groep “Klimclassic” realiseerde ik me dat ik mezelf in een lastig parket had gewerkt. Terwijl de Grand Prestiges hun werk nog deden lag ik in bed mijn eigen stommiteit te verwerken, maar al snel wist ik me er toch overheen te zetten. Klimclassic? Kom maar op!

Dat werd trainen, en niet zo’n beetje ook. De eerste twee maanden was dat binnen op de Tacx (tussen november en februari zul je mij met mijn niet-bestaande vetlaag en poreuze winterkleding niet op de weg zien fietsen) en vervolgens buiten. Eigenlijk verliep alles volgens plan. De vormverziekende griepjes en verkoudheden bleven een jaartje weg en eigenlijk lag ik perfect op schema voor de grote beproeving, die op Hemelvaart zou gaan plaatsvinden. Een trainingsritje van 140 kilometer twee weken van tevoren was de perfecte graadmeter en gaf aan dat het met de vorm wel goed zat. Op de bruiloft beperkte ik me tot één biertje en de volgende dag stond ik stipt om half zes naast het bed, stijf van de zenuwen. Na eerst nog mede-fietser Arieke opgepikt te hebben in Werkendam, reden we richting het land van de vlaaien om daar rond half 9 aan de start te verschijnen. Ook vandaag zag het weer er fantastisch uit, temperaturen van om en nabij de twintig graden en een gunstige wind (’s ochtends afwezig en ’s middags in de rug). Prachtig weer voor een fietstochtje dus.

De tocht begon eigenlijk prima. De omgeving van Maastricht is gewoon heerlijk om te fietsen: goede fietspaden, niet al teveel verkeer, duidelijke routemarkeringen. In het begin was het wel een beetje filefietsen, maar toen we de stad eenmaal goed en wel uit waren werd dat langzaam minder. Op dat moment doemde de eerste “heuvel” van de dag op: de Moerslag. Op klimtijd.nl geklasseerd als nr. 182 van de 183 heuvels in Zuid-Limburg, en niet zonder reden, want het stelde niks voor. Voordat ik het doorhad stond ik al bovenaan, wachtend op de rest. Wat dat betreft ben ik een snelle starter: in het begin gaat het vaak prima, om dan na een kilometer of 70/80 langzaam te verzuren en in te storten. Maar goed, ik had goede hoop dat het vandaag anders zou zijn. Ook het tweede klimmetje (St. Remy) was een eitje. Toen kwam deze puist:

tesny

 

De Tesny, een echte muur met stijgingspercentages van tot 22%. Op zich een wonder dat mijn hartstilstand zich niet op dat moment al openbaarde, want dit was werkelijk het gruwelijkste wat ik in mijn fietscarrière had meegemaakt. De eerste meters gingen nog wel, maar al snel viel de rijder voor mij omver en een ontwijkingsmanoeuvre gaat nogal lastig als je met 5km/u omhoog krabbelt. Dat werd dus afstappen, en een lange Walk of Shame was het gevolg. Gelukkig was ik bij lange na niet de enige, want er waren er maar weinig die de hele klim in het zadel konden blijven. Typerend was het kerkhof aan het eind van de klim; waarschijnlijk ligt het er vol gestorven illusies.

Na deze helse klim kwam er een heel stuk simpel fietswerk. Er zat nog wel een klim in van een paar kilometer, maar die was slechts een procent of 4-5 gemiddeld en kon redelijk eenvoudig bedwongen worden. Onderweg passeerde ik complete pelotons, ik zat in een goede flow, en vond het stiekem jammer dat we daarna even moesten stoppen voor een sanitaire stop en eetpauze. Daarna begon het verval langzaam maar zeker door te werken en begon mijn gebrek aan ervaring met heuvels fietsen me parten te spelen. De Pierre Blanche, een andere kuitenbijter van het hoogste niveau, begon nog goed maar in plaats van terug te schakelen naar het kleinste blad (nog nooit gebruikt) schakelde ik op naar de zwaarste versnelling. Gevolg: blokkerende pedalen en een bijna-val. Ook dat werd lopen. Daarna moest ik nog twee keer lopen, met als absoluut dieptepunt van de dag de klim naar Les Waides, op zo’n 25km van het einde. Zoals altijd begon ik goedgemutst aan de klim en al snel stoof ik mijn groepsgenoten en vele anderen voor mij voorbij. Het leuke was bovendien dat het een “timed klim” was, wat inhield dat je totale klimtijd van die klim werd opgenomen voor een eindklassement. Helaas zat het venijn hier letterlijk in de staart: op 50 meter van het eind van de klim kreeg ik ineens acute kramp in beide benen tegelijk en zat er niks anders op dan vijf minuten in de kant lijdzaam te moeten toezien hoe iedereen die ik had ingehaald hortend en stotend weer voorbij kwam fietsen. Het ergste was nog wel dat ik zo dicht bij het eindpunt van de klim was, dat de mannen die de tijd aan het opmeten waren nog even kwamen kijken of het wel goed ging. Uiteindelijk ben ik met zwaar verzuurde benen weer op de fiets gekropen en realiseerde ik een eindtijd bij de laatste 5% van alle deelnemers. Mijn reputatie en eergevoel waren vanaf dat moment definitief geknakt. Gedemotiveerd fietste ik de laatste 25 kilometer terug naar Maastricht, zonder verder nog al teveel heuveltjes van betekenis tegen te komen. Tussen 3 en half 4 kwamen we binnen en was het nog wachten op Arieke, die halverwege de tocht al een SMS’je had gestuurd dat ze waarschijnlijk niet ging uitfietsen. Ik stond dus al op het punt op naar de auto te lopen om haar op te halen toen ik alsnog een berichtje kreeg dat ze nog op de fiets zat en ‘m toch ging uitrijden. Een uurtje na ons kwam ze uiteindelijk toch binnen, kapot maar niettemin apetrots, en terecht. Het was een slopende dag, maar de medaille aan het eind maakte veel goed. Mijn eerste heuvelklassieker was in de pocket. Bam!

Op de terugweg maakten we nog een tussenstop bij de Burger King om de duizenden gebruikte calorieën van die dag weer een beetje aan te vullen. Ook daar ga je na afloop over nadenken: als ik nou een salade had gegeten, was het dan allemaal niet gebeurd? In feite is het allemaal bullshit, maar dat soort gedachten spoken er dan door je hoofd. De artsen zwoeren me echter dat dat het probleem niet geweest kon zijn. Later op de avond speelden we nog mee in de jaarlijkse popquiz van Xinix. Ook op dat moment was er nog niks aan de hand: ik was scherp als altijd en weer deden we mee om de prijzen, al eindigden we dit jaar op een toch wel licht teleurstellende zesde plaats, na de drie jaar ervoor al eens als eerste, tweede en vierde geëindigd te zijn. Het was al diep in de nacht dat Ascha en ik naar huis terugkeerden, en na nog een halve zak chips kropen we voldaan onder de dekens, ondertussen al mijmerend over wat de rest van ons lange Hemelvaartsweekend zouden gaan doen.

Het zou een nacht worden die mijn leven vanaf dat moment voorgoed zou veranderen.

Mijn leven als hartpatiënt, deel 2

Een gedachte over “Mijn leven als hartpatiënt, deel 2

  1. carla pigmans schreef:

    Hoi Niels, wat goed dat je je verhaal met zoveel humor op papier weet te krijgen. Respect! Ik heb je verhaal aan de zijlijn voornamelijk via app verkeer met je moeder meegemaakt. Heftig, zo kl*te!! Maar ook wonderlijk. Het allerbeste, succes en veel schrijfplezier toegewenst. Ik zal ’t lezen!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *