Iepje en ik

icd

Lezers.
Vandaag wil ik jullie voorstellen aan een goede vriend van me. Een persoon, in overdrachtelijke zin, die me na aan het hart gaat. We kennen elkaar nog niet zo lang, maar ik kan wel zeggen dat we de afgelopen maanden enorm naar elkaar toegegroeid zijn. Sterker nog, ik durf zelfs te beweren dat we onafscheidelijk zijn van elkaar. Waar ik wandel, daar wandelt hij met me mee. Als er maar één paar schoenafdrukken in het zand staat, dan is dat omdat hij me daar gedragen heeft. Of zoiets.

Ik hoor u denken: Niels, wat raar, die vriend van je, waarom zien we die dan nooit? Ook dat is te verklaren. Mijn vriend – Iepje, zo noem ik hem liefkozend, is een nogal verlegen typje. Hij laat zich niet zo vaak zien, maar als ik hem nodig heb, dan is ie er. Als ik hem niet nodig heb dan is ie er óók, maar goed. Iepje is overigens niet zijn echte naam. Op zijn paspoort staat de naam Implanteerbare Cardioverter Defibrillator, maar de meeste mensen noemen hem gewoon ICD. Da’s makkelijker te onthouden. Soms is een vriendschap razendsnel gevormd – een week voordat we vrienden voor het leven zouden worden, had ik nog nooit van hem gehoord. Nu zijn Iepje en ik trouw met elkaar verbonden. Tot de dood ons scheidt.

Als ik slaap, dan waakt Iepje over mij. Iepje wordt maar heel zelden moe. Als hij moe is, dan geeft Iepje een bliepje. Als dat zover is, dan laat hij me heel eventjes in de steek op het moment dat de chirurgen op brute wijze de voorkant van mijn borstkas openrijten en hem er met bebloede rubberen handschoenen uitsleuren. Maar niet getreurd, want dan krijg ik meteen weer een nieuw Iepje. Totdat ook die weer moe is, enzovoorts. Zoals ik al zei, Iepje en ik komen nooit meer van elkaar af.

Als vriend is Iepje een makkelijk persoon. Hij wordt niet boos als je hem een keertje niet opzoekt, je hoeft geen cadeautjes voor hem te kopen als hij jarig is: Iepje is er gewoon. Altijd en overal. Hij klaagt niet, hij laat zich eigenlijk helemaal niet horen. Eén bijzonder ding aan Iepje is dat hij een kunstje kan – hij kan stroomschootjes geven. Om dat te doen hebben de dokters een staalkabel gelegd tussen Iepje en de binnenkant van mijn hart. Als Iepje het dan nodig vindt, kan hij mij een schokje geven. Of mijn hartspier grillen, zoals ik het vaak zeg. Iepje weet dat hij dat kunstje goed kan en vindt het dan ook leuk om me er soms mee te verrassen. Eigenlijk mag Iepje deze schokjes alleen geven op het moment dat mijn hart me in de steek laat. Hij geeft mijn hart dan als het ware een “duwtje” in de rug zodat het weer goed gaat kloppen. Maar dat is voor Iepje niet genoeg. Voortdurend loert hij vanuit de krochten van mijn lichaam op een kans om toe te slaan. Dat kan bijvoorbeeld zijn als ik flink aan het sporten ben, of als ik me gewoon ergens druk over maak. Iepje doet dan net alsof hij denkt dat mijn hart écht stilstaat, en geeft me dan een opdonder. Vindt ie leuk. Ik overigens iets minder.

Soms ben ik een beetje bang van mijn vrolijke vriend. Sterker nog: ik ben als de dood voor zijn onverwachte cadeautjes. Iepje’s aanwezigheid hangt al maanden als een zwaard van Damocles boven mijn hoofd. Bij lotgenoten gaan er dan ook allerlei verhalen rond over Iepje’s gekke fratsen. Zo heeft hij ooit eens een keertje iemand tijdens het zwemmen verrast met zijn elektrische duwtjes. Of iemand die gewoon een stukje aan het fietsen was: drie schokken achter elkaar. Sommige mensen hebben zelfs hun vriendschap met Iepje opgegeven om maar van hun angst af te zijn. Het vervelendste is nog dat Iepje het alleen maar leuk vindt als je je druk maakt om zijn aanwezigheid. Dan gaat je hart namelijk sneller kloppen en dan wordt de kans nóg groter dat hij toe mag slaan. Eigenlijk is Iepje niks meer dan een smerige, laag-bij-de-grondse klootzak. Een hufter die zonder pardon je leven komt binnenwandelen en je meest vitale orgaan in gijzeling neemt. En dan de prijs nog: je betaalt niets minder dan 20 ruggen om die tijdbom in je lijf te laten plaatsen. Ik voel me soms net een moslimterrorist die de afstandsbediening van de lading dynamiet om zijn middel is kwijtgeraakt in een drukke trein.

De feiten zijn helaas wel spijkerhard: Iepje en ik zijn tot elkaar veroordeeld. Ik zal dus maar moeten wennen aan het feit dat hij er altijd is en altijd klaarstaat om een stroomstoot uit te delen. Gelukkig zijn er ook andere verhalen: mensen die al jaren gezelschap hebben van Iepje, maar waar hij zijn kunstje nog steeds niet heeft vertoond. Daar klamp ik me dan maar aan vast. En wie weet valt het allemaal mee en zijn Iepje’s verrassingen lang niet zo traumatisch als mensen zeggen. Ik ga er vanzelf achterkomen.

Iepje en ik

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *