Writer’s Blog (1)

Tussenstand: 0 woorden

Januari.
Ik ben blij dat ze de meest vervelende maand meteen aan het begin van het jaar hebben gestopt, dan hebben we die maar vast gehad. Na alle gezelligheid en lichtpuntjes van december lijkt het altijd alsof de eerste maandag van januari een soort vrije val is in een gat van depressieve zwartheid. Januari is koud, januari is ongezellig. Als je naar buiten kijkt staar je in een grijze waas waarin elke boom zich ertoe lijkt te lenen om jezelf aan op te hangen. Toch ben ik januari in de loop der jaren steeds meer gaan waarderen. Waarom? Het is een nieuw begin – een nieuw jaar – en alles is nog mogelijk.

Om diezelfde reden ben ik één van de weinige mensen die bijvoorbeeld de eerste week van de Tour de France altijd het leukst vinden. Meestal gebeurt er niks – er zijn alleen maar massasprints en het grootste nieuws is dat er een aantal favorieten zijn die op ongelukkige wijze wegvallen, maar juist dát element maakt het voor mij allemaal zo spannend. Ondanks dat je urenlang naar kaarsrechte wegen in een desolaat Noord-Frans landschap zit te turen waar de mensen zo lelijk zijn dat je opa’s en kleinkinderen nauwelijks uit elkaar kunt houden, zit je continu op het puntje van de stoel omdat er elk moment weer een idioot kan zijn die tijdens het eten van een banaan over een achtergelaten mijnwerkershelm rijdt, onderuit gaat, en de gele trui met zich meesleurt. Ik heb dit jaar zelfs overwogen om de wandeletappes in de eerste week over te slaan omdat ik het mijn rikketik niet toevertrouwde! Goed, de echte pret zit hem natuurlijk in de bergetappes, maar zeg eerlijk: eigenlijk is meestal alleen de eerste bergetappe leuk om naar te kijken, omdat je daarna in 95% van de gevallen al weet wie die Tour gaat winnen. De rest van de drie weken zit je dan te kijken hoe één ploeg de koers totaal domineert en hoe Franse keffertjes de winsten van de vluchtgroepjes mogen verdelen.

Bon, met januari heb ik hetzelfde idee als met zo’n Tour de France: het kan nog alle kanten op. Elk jaar weer maak ik eind december een lijst aan goede voornemens voor het komende jaar, en die zijn meestal hetzelfde: meer sporten, minder eten, minder tijd besteden aan onzin (waaronder sociale media) en meer tijd aan familie, vrienden en vriendin. Elk jaar ga ik januari in met dezelfde positieve mindset en elke december kijk ik terug en denk ik bij mezelf: waar is het misgegaan? Meestal ligt dat aan het feit dat het ongelooflijk moeilijk is om jezelf als persoon te veranderen. Wat betreft meer tijd besteden aan familie en vrienden… de mensen die mij een beetje kennen weten dit van mij: ik ben niet zo goed in vriendschappen. Zeg maar gerust erg slecht. Op de één of andere manier lukt het me gewoon niet om attent te zijn voor de mensen om me heen. Aan het begin van het jaar begin ik altijd met het idee om het beter te doen dan het jaar ervoor, maar meestal duurt het slechts een paar weken voor ik weer terug bij af ben. Ik kan nog zoveel notificaties in m’n telefoon zetten om mensen te bellen/appen en een wekker zetten bij ieders verjaardag: ik kan me er toch gewoon niet toe zetten om echt sociaal te doen. Goed, andere voornemens: meer sporten – dit lukte het afgelopen jaar vrij goed. Sterker nog, ik had in april al meer kilometers afgelegd dan in het hele jaar ervoor. Het zag er dus naar uit dat het een topjaar ging worden. Toen kwam 15 mei, en alles was naar de vaantjes. De rest van het jaar heb ik de racefiets nauwelijks nog aangeraakt, en voor 2016 heb ik maar besloten om er helemaal geen voornemens meer aan te hangen. Wat eten betreft, daar heb ik nog wel een beetje vertrouwen in, maar het is nou ook weer niet zo dat ik het echt nodig heb om af te vallen of iets dergelijks.

Toch wilde ik mezelf een doel stellen voor 2016. Iets wat ik al jaren wilde bereiken, maar in de jaren ervoor nooit lukte. Op sportgebied ging het me in ieder geval niet meer lukken, dus besloot ik iets anders: een roman schrijven. Al sinds de basisschool worstel ik met tientallen ideeën in m’n hoofd die ik maar wat graag in een verhaal zou willen verwerken. Aan inspiratie dus geen gebrek, maar er is één groot probleem: ik kan niks afmaken. Mijn harde schijf staat letterlijk vol met honderden beginnetjes van kleine verhalen. Vaak begin ik namelijk zeer enthousiast aan iets nieuws, om er dan na 10.000 woorden achter te komen dat ik geen idee heb hoe het verder moet met de hoofdpersonages. Dus dan besluit ik maar om het verhaal tijdelijk even weg te leggen, zodat ik er later weer met vernieuwde inspiratie naar kan kijken en dan verder te schrijven. Dat “tijdelijk” verandert op den duur altijd in permanent.

Dit keer niet. Dit keer wordt het anders. Toen ik afgelopen herfst pas goed tot me liet doordringen wat er in de maanden ervoor allemaal met me gebeurd was, werd ik overvallen door een soort “nu of nooit”-gevoel – je beseft ineens dat je er zomaar niet meer kan zijn. Als er iets is dat ik niet zou willen is dat uit het leven wegvallen zonder iets “blijvends” te hebben achtergelaten. Dat spoorde mij aan om een verhaal dat ik al enkele jaren in ruwe vorm in m’n hoofd had zitten nu eens goed te gaan uitwerken. Eerst in een samengevatte vorm, maar daarna ook voor het echie. 2016 wordt dus het jaar waarin het eindelijk moet gaan gebeuren. Ik heb mezelf dan ook een strakke deadline gesteld: eind december moet het verhaal af zijn. Niet alleen in ruwe vorm, maar ook echt volledig van begin tot eind. Dit blog wordt mijn motivatie – als mijn voornemen eenmaal gepubliceerd is, is er geen weg terug meer. Dan wordt het dus de dood of de gladiolen.

Om het mezelf niet al te makkelijk te maken leg ik er meteen een doel bovenop voor de saaiste maand van het jaar: aan het eind van januari moeten de eerste 50.000 woorden (in klad) op papier staan. Slik. Ter info: dat is ongeveer 150 pagina’s als je het in boekvorm zou afdrukken. Dit aantal is overigens afgeleid van de NaNoWriMo, oftewel The National Novel Writing Month, waarin aspirant-schrijvers worden uitgedaagd om deze hoeveelheid woorden binnen 30 dagen op papier te krijgen. Normaal vindt deze challenge plaats in november, maar om het wat beter te laten aansluiten op het nieuwe jaar heb ik besloten om er nu in januari aan te beginnen. I’m cutting myself some slack, want januari heeft 31 dagen, en dus heb ik een dagje langer de tijd om dit voor elkaar te krijgen. En ik zal het nodig gaan hebben, want tot nu toe is het me überhaupt nog nooit gelukt om 50.000 woorden in één verhaal weg te pennen.

Goed. 2016 is begonnen, en hoe. In deze blogserie zal ik wekelijks een tussenstand geven van het aantal woorden wat ik al op papier heb staan en tegelijkertijd ook wat updates geven over mezelf en het verhaal dat ik ga schrijven. Bring it on!

 

DSC_0659-go-away-mug

Writer’s Blog (1)

2 gedachten over “Writer’s Blog (1)

  1. Corine schreef:

    ’t Is 7 januari. Staan de eerste 10.000 (mensen wat veel!) woorden al op papier? Zo niet; dan weet je wat je vanavond te doen staat. HUP Niels!!! De verwachtingen zijn hoog gespannen. Maar….. ga jezelf niet te zwaar onder druk zetten, want dat is ook vast niet goed voor je. Groet!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *