Writer’s Blog (10)

Tussenstand: 108.007 woorden

Eigenlijk kan ik de tussenstand hierboven net zo goed weglaten, want de kans dat die de komende tijd nog de hoogte in zal schieten is vrijwel nihil. Wat ik de afgelopen week heb gedaan? Ik heb de epiloog van het verhaal geschreven, waardoor het geheel nu wel min of meer is afgerond, maar dat is het ook wel zo’n beetje. Ik denk dat de kans groter is dat de meter vanaf dit moment zal gaan teruglopen, want ja, schrijven is schrappen.

Valt er dan helemaal niks interessants te vertellen? Nou ja, niet zoveel, behalve dat ik kan zien dat er een enorme berg werk op me ligt te wachten. Wat ik de afgelopen twee maanden heb geschapen is een monster van ongekende proporties. Een sluimerende lap tekst van in totaal 155 kantjes in Word, gemeten met het standaard lettertype (Calibri, 11 punten). Omdat een screenshotje soms meer zegt dan duizend woorden, hierbij een helikopterblik op (een deel van) het hele document:

Eye screenshot

Je ziet het al: ik ben niet iemand die veel gebruik maakt van hoofdstukken, paragrafen of andere tekstonderbrekingen, maar om nou het hele boek in één lange lap tekst te laten plaatsvinden leek me nou ook niet zo’n goed idee. De mens heeft de neiging om alles in blokjes op te delen, en als het hele verhaal zou bestaan uit één lang hoofdstuk is het voor de gemiddelde lezer een behoorlijke inspanning om alles bij te houden. Bovendien is het voor het verhaal ook wel fijn om af en toe een adempauze in te lassen, zeker als er weer een spannende gebeurtenis heeft plaatsgevonden. Voor de schrijver ook, want het is goed om af en toe te kunnen zeggen dat er weer een hoofdstuk is afgerond. Het is het prikkelende gevoel van voortgang, het idee dat je naar een doel aan het toewerken bent. Kortom: ik ging ijverig aan de slag om de gigantische draak op te delen in kleine hagedisjes. In totaal leverde me dat 28 hoofdstukken op. Overigens moet ik het eerste hoofdstuk nog steeds schrijven, maar ik heb goede hoop dat ik me daar deze week eindelijk toe kan zetten.

Goed, twee maanden om een compleet boek te schrijven is – al zeg ik het zelf – niet echt lang. Op internet heb ik gelezen dat de roman “…And Ladies of the Club” van Helen Hooven Santmyer naar verluidt ruim 50 jaar gekost heeft om te schrijven (al heb je dan ook weer een boek als “De Alchemist” van Paulo Coelho, dat in twee weken geschreven is) maar ondanks de korte periode dat ik er aan gewerkt heb is het toch wonderbaarlijk om te zien hoe makkelijk foutjes in het verhaal weten te sluipen. Een paar voorbeeldjes:

  • De hoofdpersoon is in het begin van het boek twee jaar jonger dan aan het eind, hoewel er maar ongeveer twee maanden verlopen zijn;
  • Het tijdschrift waar de hoofdpersoon voor werkt heeft aan het begin een andere naam dan aan het eind;
  • Het boek draait om een bepaald project, maar aan het begin van het verhaal wordt dat nog helemaal nergens benoemd – dat heb ik er later bijverzonnen.

Nog flink wat werk aan de winkel dus. Je zou dus denken dat ik druk bezig ben om die er allemaal uit te halen, maar ik heb me de afgelopen week eigenlijk voornamelijk beziggehouden met minder nuttige materie. Zo ben ik een paar uur bezig geweest met het uitkiezen van een paginaformaat en een geschikt lettertype, want ik ben van plan om de eerste editie in ieder geval voor mezelf te laten printen. Totaal onzinnig, maar wel leuk. Denk maar aan het inrichten van een huis dat pas over een jaar gebouwd wordt, zo’n idee. In gedachten staat het boek al bij me in de kast. Nog even geduld, Niels.

Iets anders waar ik deze week over heb lopen nadenken is de titel, en ben uiteindelijk uitgekomen bij “De Turingtest”. Om ‘m even uit te leggen: dit is een gedachte-experiment dat in de jaren dertig van de vorige eeuw ontwikkeld is door de Engelse wiskundige Alan Turing (waarover een paar jaar geleden een biografische film verschenen is, The Imitation Game) met als doel om de vraag te beantwoorden: “kunnen machines denken?” In het kort bestaat de test uit een vraag- en antwoordspel tussen aan de ene kant een mens (A) en aan de andere kant een mens óf een computer (B). Ze kunnen elkaar niet zien, waardoor A niet weet wat de exacte identiteit van B is. Met andere woorden: hij of zij weet niet of er met een computer gepraat wordt, of met een ander mens. Door middel van het stellen van vragen en het analyseren van de antwoorden moet de mens erachter komen welke van de twee het is. Als dat in meer dan 50% van de gevallen niet lukt (omdat de computer dusdanig veel lijkt op de mens dat het onderscheid niet meer te maken valt), dan wordt gezegd dat de computer “geslaagd” is voor de Turingtest.

turingtest

Regelmatig duiken er op internet nieuwsartikeltjes op waarin beweerd wordt dat een bepaald computerprogramma nu echt de test heeft doorstaan, en mens en machine dus gelijkwaardig zouden zijn op het gebied van intelligentie. Toch worden deze claims vaak betwist omdat a) het behoorlijk afhankelijk is van wie er met de computer praat en b) het in feite geen echte intelligentie is, omdat het software is die gewoon regeltjes volgt die de programmeur erin heeft gestopt. In ieder geval is het een boeiende discussie die ik al jaren met veel belangstelling volg – niet vanuit de techniek, maar meer vanuit maatschappelijk oogpunt. Wat zou er gebeuren als de computer binnen afzienbare tijd écht op hetzelfde niveau komt te staan als de mens? Is het creëren van de perfecte digitale nabootsing van de mens de sleutel tot onsterfelijkheid, en het eindpunt van onze evolutie? Uiteraard heb ik de antwoorden niet, maar ik hoop wel dat ik met het verhaal mensen een beetje aan het denken kan zetten. Of we dat punt ooit gaan bereiken weet ik niet, maar het is wel een scenario wat langzaam maar zeker dichterbij komt.

 

 

Writer’s Blog (10)

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *