Writer’s Blog (11): And It’s Gone

Eindstand: 112.824 woorden

30 maart 2018, twee minuten voor half elf.
Het is vrijdag. Buiten hoor ik wat geroezemoes op straat. Een groepje fietsende jongeren komt lachend voorbij, vermoedelijk op weg naar de soos of een of andere feesttent. Was vandaag niet dat festival dat ze al weken met van die grote billboards langs de snelweg en op trekkers in de polder aankondigen? Of was dat volgende week? Het gelach van de jongeren verstomt tot er niets anders hoorbaar is dan het monotone geruis van de ventilator van mijn laptop. En mijn hartslag. Altijd die aanwezige hartslag, vooral als ik even nergens anders aan denk. Het is een vloek en een zegen.

Ik zucht. Het is voorbij, een project van ruim twee jaar. Beter gezegd: twee periodes van negen weken intensieve activiteit, van elkaar gescheiden door een verlammende winterslaap van zo’n twintig maanden waarin ik geen moment daadwerkelijk dacht dat ik dit punt zou bereiken.
En nu sta ik er.

Nog een keer alles aflopen. Synopsis? Is bijgevoegd. Beknopte biografie? Zit er ook bij. Had ik nou nog een pasfoto bijgevoegd? Ja. Nee! Rustig, niet nodig. Als ze je hoofd op de achterkant willen hebben zullen ze er vast wel een mailtje achteraan doen, en ze gaan je natuurlijk opzoeken op Facebook en LinkedIn. Bestaat er eigenlijk zoiets als een echte schrijverskop? Dat een verloskundige meteen na de geboorte het kind optilt en vol verrukking “dit is de nieuwe Mulisch” roept? Niet aan denken Niels, dit is afleiding. Concentreer.
Even is er de lokroep om nog een keer door dat hele document te gaan. Het manuscript in de vorm van een Word-bestandje dat qua kilobytes de andere twee bijgevoegde documenten ver voorbijstreeft. Desalniettemin is het hele document – mijn levenswerk – nog steeds klein genoeg om op een ouderwetse floppy te passen. Ergens moet ik er om grinniken: het volledig gedigitaliseerde oeuvre van Mulisch, Reve en Hermans bevat bij elkaar opgeteld ongeveer evenveel data als een willekeurige foto van een matig gelukte salade die de gemiddelde foodvlogger dagelijks op zijn instagramprofiel achterlaat. All bits are created equal.

Ik weersta de verleiding en zucht opnieuw. In april 2016 was het bijna definitief misgegaan. Ja, ik had de eindstreep gehaald en ja, een ruwe versie van het manuscript was af. Met de nadruk op “ruw”, want ik wist dat met name het begin (het eerste hoofdstuk was überhaupt nog niet geschreven) en het einde (dat met wat plakbandjes aan elkaar hing) nog fiks wat werk nodig hadden. Dat kon ik wel aan. Het enige dat ik moest doen was even rust nemen om de schrijfbatterij weer wat op te laden. Een weekje of twee achter de computer vandaan, genieten van wielrennen op TV (de voorjaarsklassiekers en Giro stonden voor de deur) en bovenal: niks schrijven.

Toen was het ineens november 2017. Wat was er de afgelopen anderhalf jaar ineens gebeurd? Nou, een hoop, maar niet de dingen die met mijn boek te maken hadden. Ik schreef wel, begon zelfs aan een nieuw manuscript (daarover in een andere blog meer), maar op de achtergrond bleef altijd dat knagende stemmetje aanwezig dat zich afvroeg waarom er nog steeds geen literatuurprijs op de schoorsteen stond. Niet dat ons nieuwbouwhuis een schoorsteen heeft, uiteraard, maar jullie snappen mijn idee. In de loop der maanden zwakte dat stemmetje verder af totdat het uiteindelijk nog een klein kermend piepje was, ergens aan de rand van mijn gehoorveld.
Het waren twee zaken die me uiteindelijk weer bij bezinning brachten. De eerste was Dan Brown, die afgelopen herfst een boek met de titel “Oorsprong” op de markt bracht, dat op bepaalde vlakken wel héél veel overeenkomsten vertoont met het manuscript van ondergetekende. Bovendien werd het ook nog eens een bestseller. Niet dat ik nou zo jaloers aangelegd ben hoor, maar potverdomme, dat was mijn idee! De prikkel voor actie was daar, maar het was de simpele vraag die mijn oom Kees stelde die de echte aanleiding gaf voor het opnieuw leven inblazen van het project: “wanneer is je boek nou eindelijk eens af?”

Die avond en de maanden erna leerde ik iets cruciaals: ik kan niet zonder deadlines.  Hoe dapper ik soms ook pretendeer dat de grootste druk die ik mezelf opleg altijd vanuit mezelf komt en Niels Colijn zelf prima kan inschatten waartoe Niels Colijn in staat is: die theorie kan vanaf nu echt de prullenbak in. Ja, ik presteer daadwerkelijk beter als er druk op zit, en dus stelden we een compromisloze deadline in: 31 januari 2018 zou ik klaar zijn met de eerste versie van het boek en zou ik het – ongeacht in welke staat het zich bevond – doorsturen aan oom Kees die het aan een kritische inspectie zou onderwerpen.
Mijn eerste gevoel was ontspannen: het duurde nog ruim tien weken tot die datum. Tijd genoeg! Zoveel werk kon het toch niet meer zijn? Helaas, niet lang daarna werd ik ziek waardoor ik feitelijk pas begin januari weer voldoende energie had om eraan te werken. Nog slechts drie weken over, en de berg werk die van een afstandje nog klein leek was inmiddels toch wel erg groot geworden. Ik verzette me niet langer en begon, waarbij ik voor het eerst in jaren gedwongen werd om mijn eigen schrijfsels van twee jaar terug opnieuw door te nemen. Het begin deed het ergste vermoeden: veel lange en kromme zinnen die maar niet ten einde leken te komen. Ik was meer tijd kwijt aan het herschrijven dan aan het eerste concept van twee jaar geleden. Was dit nou waar ik in eerste instantie zo van overtuigd was?
Langzaam maar zeker kantelde echter het beeld en begon ik het groeipad dat ik twee jaar geleden aflegde te herkennen. De tekst werd steeds sterker en de hoeveelheid herschrijfwerk minder. Na een goede week gingen alle scrupules overboord en was de schrijfvonk die ik zolang niet gevoeld had weer helemaal terug. Ja, dit was het! De laatste loodjes waren nog pittig – op 31 januari moest ik nog een derde deel van het verhaal herschrijven – maar beloofd was beloofd, dus ik stuurde het document naar ome Kees.

En die was, tot mijn eigen verbazing, enorm positief.

Die dag leerde ik opnieuw iets cruciaals: feedback is de brandstof waar iedere schrijfmotor op draait. Als schrijver heb je eigenlijk maar een eenzaam beroep – ten midden van een wilde oceaan vol afleidingen doe je je best om je sloepje door rustig water te navigeren, maar zonder kompas in de vorm van feedback is het een zinloze oefening. Om na twee jaar twijfel en zelfkritiek eindelijk van een ander te horen dat je het goed doet voelt alsof iemand een emmer kerosine over een waakvlammetje leeg kiepert.
Daarna ging het snel: ik verwerkte de feedback en wijzigde het laatste hoofdstuk volledig na eerst al hetzelfde gedaan te hebben met het eerste hoofdstuk, en werkte bepaalde onderdelen van het verhaal wat beter uit. We plannen een nieuw deadline: 31 maart. De dag dat mijn manuscript voor het eerst kennis zou moeten gaan maken met de boze buitenwereld. De dag dat mijn boek af zou zijn.

Natuurlijk is een boek niet “af”. Als ik vandaag het document open zie ik waarschijnlijk binnen tien minuten twintig plaatsen waar ik iets wil aanpassen. Zinnen die niet lekker lopen, opmerkingen die overbodig zijn, personages die niet helemaal lekker uit de verf komen. Genoeg te verbeteren dus, maar op dit moment ben ik vooral trots. Trots op het feit dat ik dit heb kunnen afmaken. Trots dat anderen het mooi vinden, en bovenal trots dat ik klaar ben om mijn boek met de wereld te delen.

Ik tel af, maak nog een laatste foto van het computerscherm als bewijsmateriaal. De muiscursor beweegt over de “Verzenden”-knop, mijn hartslag versnelt een fractie.
30 maart 2018, drie minuten over half elf in de avond. Ruim een dag voor de deadline.
Ik klik.
En dan is het weg.

(wordt vervolgd)

Writer’s Blog (11): And It’s Gone

Een gedachte over “Writer’s Blog (11): And It’s Gone

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *