Writer’s Blog (2)

Tussenstand: 14.831 woorden

Sommige mensen zeggen altijd: als je iets groots wil bereiken, moet je rustig opbouwen. Wil je een marathon lopen? Begin dan met kleine stukjes van vijf á tien kilometer, en dat bouw je dan langzaam op tot een kilometer of dertig. Als je dat onder de knie hebt, dan is het tijd voor de grote dag. Dan begin je overigens ook gewoon rustig en beheerst. Er zijn miljoenen lopers geweest die zichzelf in de eerste kilometers al opgeblazen hebben doordat ze veel te snel begonnen zijn. Met een geleidelijke aanpak zul je uiteindelijk de finishlijn behalen, zonder hierbij jezelf tot op het bot uit te wringen.

Tegen alle mensen die dit verkondigen wil ik graag iets zeggen.

Fuck jullie allemaal.

Voor sommige mensen is schrijven een fijnzinnig proces. Vanuit hun serre staren ze in het geeloranje licht van de ondergaande zon naar het scherm van hun Macbook, terwijl ze met een wijsgerige vinger onder hun kin hun volgende actie overwegen. Iedere streling van het toetsenbord is een daad van finesse, ieder woord een weloverwogen keuze. In zichzelf mijmerend componeren ze zinnen alsof het klassieke muziek is, terwijl op de achtergrond het geluid weerklinkt van een duur espresso-apparaat dat hard aan het werk is om de welgestelde eigenaar van de juiste brandstof te voorzien. Als ze tenminste al niet een goedgevuld glas wijn in de hand hebben.

Voor mij ziet schrijven er als volgt uit:

B6B3C74429B2B8FC4149ACEAC63A6

De dinosaurus in de achtergrond is het gevoel van “leeg” zijn – de algemene inspiratieloosheid die onvermijdelijk een keer invalt. Vanaf het tijdstip dat ik met een wit scherm voor mijn neus zit totdat eindelijk het moment aanbreekt waarop de eerste letters op papier zet, begint de dino te rennen. Continu voel je als schrijver de warme adem, de stank van een nooit gepoetst gebit, het gegrom en gehijg van de oerjager. Je schrijft en schrijft en hoopt dat je het monster van je weet af te schudden, maar het monster slaapt nooit en komt op ieder onbewaakt dichterbij en dichterbij. Uiteindelijk zijn er slechts twee eindes mogelijk: ófwel het monster grijpt je en maakt een eind aan je ambities voor die dag (of week, of maand) óf je bent hem te slim af en je belandt in de zogenaamde “flow” – ook wel de “zone” genoemd.

Iedereen die schrijft (of op een andere manier creatief bezig is) zal begrijpen wat ik met het laatste bedoel. De “zone” is het moment dat je bereikt wanneer je merkt dat het harde werken overgaat en je talent het overneemt. Zolang je in de zone zit, ben je onoverwinnelijk: de woorden blijven maar stromen en als je dit lang kan volhouden, kun je in een uurtje tijd makkelijk duizend of meer woorden op papier zetten. De tijd en je omgeving vertragen en vervagen en je voelt jezelf alsof je in een warme deken van inspiratie gehuld bent. Vrijwel élke zin is een citaat, élk woord is raak en alles zit mee. Zoals elk orgasme duurt het helaas niet eeuwig: vroeg of laat hapert de machine. Sommige mensen kunnen zich helemaal afsluiten en alles om zich heen negeren, maar bij mij kan de minste of geringste afleiding er al voor zorgen dat ik uit de zone wegval en ineens weer de dinosaurus van inspiratieloosheid in mijn nek voel hijgen. Denk aan een kat die op schoot springt, een deurbel, een telefoontje, of de ergste van allemaal: een berichtje op Facebook. Zoals ik in mijn vorige blog al schreef: social media zijn vergif voor iedereen die een prestatie moet leveren waar ook maar een klein beetje concentratie voor nodig is. Voor mij was het een reden om eind 2014 mijn Facebook-account aan de wilgen te hangen en mezelf in het vervolg onder te dompelen in een sociaalnetwerkloos leven. Ik kwam erachter dat dat niet zo makkelijk is als het in eerste instantie lijkt. Zeker voor onze generatie – de twintigers – zijn sociale media in een paar jaar tijd uitgegroeid tot onmisbare hulpmiddelen. Hele levensverhalen worden erop tentoongesteld (al doe ik nu natuurlijk precies hetzelfde met dit blog) en het is een essentieel hulpmiddel om erachter te komen wie er allemaal met wie naar bed gaat. Sterker nog: er wordt min of meer van je verwacht dat je het bijhoudt. Zo krijg ik regelmatig de vraag “of ik dat en dat berichtje ook had gelezen” en zijn mensen oprecht verbaasd als je ze een vraag stelt over hun sociale leven: “hoezo, had je dat niet al op Facebook gezien dan?”

Gelukkig raken mensen er in de loop van de tijd wel aan gewend dat jij “die ene bent zonder Facebook”. In zekere zin maakt me dat wel een beetje trots, al moet ik er meteen bijzeggen dat ik heb gezondigd. Ja, ik heb me door de dark side laten overhalen en ik heb weer een account aangemaakt. Waarom? Om berichtjes te kunnen schrijven vanuit de pagina’s van Xinix en Substate (het drum & bass-feestje dat ik samen met een aantal vrienden organiseer). En ja, dan begeef je je meteen op een hellend vlak. Het is als de meest verslavende drug: afkicken is zwaar, en zodra je ook maar één keer weer een keertje op de gevreesde witte F drukt ben je meteen weer verslaafd. Een social media-junk. En dan heb ik het nog niet eens over Whatsapp gehad, want die verslaving is zo mogelijk nog erger. Minstens tien keer per uur check ik mijn telefoon op nieuwe berichtjes (laatst las ik op internet het bericht dat mensen gemiddeld 221 keer per dag hun telefoon checken, en eerlijk gezegd verbaast het me niet eens zo heel veel) en als ik een dagje m’n foontje thuis heb laten liggen voel ik me continu beroerd. En dan te bedenken dat ik een jaar of 8 geleden nóóít m’n telefoon bij had, laat staan dat ik hem aan had staan. Wat heeft dit met schrijven te maken? Heel veel. Naast dat het dé reden is waarom ik meestal niet langer dan een uurtje geconcentreerd kan blijven op een stuk tekst is het ook het thema van het verhaal dat ik ga schrijven: de zogenaamde FOMO (fear of missing out). Het is waarschijnlijk de meest voorkomende angst onder mensen van mijn generatie: de angst om ergens te ontbreken, iets te moeten missen. Vroeger was dat doordat je niet werd uitgenodigd op feestjes, maar nu zit het voornamelijk in de “sociale” hulpmiddelen die we altijd bij ons hebben. De wereld gaat veel sneller en de kans om iets te missen is veel groter. En dat terwijl hetgene dat je mist veel minder belangrijk is geworden.

Goed, de eerste week van de uitdaging zit erop. Mijn doel was om in de eerste 7 dagen van het nieuwe jaar een vliegend begin te maken met mijn verhaal, en in ieder geval 10.000 woorden op papier gezet te hebben. En ja, dat is gelukt! Inmiddels staan er 14.831 woorden op papier, dus ik loop zelfs een klein beetje voor op schema (doel voor na vandaag was 12.900). Ik hoop dat het zo goed zal blijven gaan. Het begin is meestal nog wel redelijk te doen, maar op een gegeven moment gaat de machine langzamer lopen. Volgende week vrijdag volgt mijn volgende statusupdate, dan moeten er 25.000 woorden geschreven zijn. Spannend!

Writer’s Blog (2)

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *