Writer’s Blog (3)

overcoming_writers_block

Tussenstand: 27.950 woorden

Zo, weer een week voorbij. Normaal is januari een maand die voorbijkruipt, nu lijkt het wel alsof de 31ste  met een bloedvaart dichterbij komt. We zijn alweer op de helft, wat betekent dat ik ook op de helft zou moeten zijn van mijn doel: 50.000 woorden. En ja, het is deze week weer gelukt. Sterker nog, ik loop nog steeds iets voor op schema. Tussen ons: vijftigduizend is veel. Verschrikkelijk veel. Ik weet niet welke geest die uitdaging verzonnen heeft, maar waarschijnlijk iemand die werkloos thuis op de bank zat. In combinatie met een normale baan is het nauwelijks vol te houden, of je moet tijdens vrijwel elk vrij momentje gaan zitten pennen. Dat is meteen ook mijn probleem: als ik schrijf, dan moet het ook gelijk uren achter elkaar. Ik ben een diesel, ik heb tijd nodig om de motor op gang te krijgen. Als er eenmaal een geruststellend gepruttel uit de machine komt, dan lukt het meestal wel. Maar voordat het eenmaal zover is…

Deze week ben ik op aanraden van Mariëlle, een (schoon)nicht van Ascha – die overigens zelf ook druk bezig is aan een roman – begonnen met het lezen van een boek dat geschreven is voor aspirant-schrijvers zoals ik: On Writing van Stephen King, in het Nederlands vertaald als Over Leven en Schrijven (de Nederlandse naam dekt de lading van het boek eigenlijk beter dan de oorpspronkelijke, want het eerste deel van het boek is vooral autobiografisch). Voor degenen die Stephen King niet kennen: hij is een Amerikaanse schrijver die vooral bekend is van psychologische horror- en thrillerverhalen, waarvan een groot deel bovendien ook nog succesvol verfilmd is. Ik noem er een aantal: The Shining, The Green Mile, The Shawshank Redemption, The Stand, Stand By Me, Under The Dome, en daar hoefde ik dan nog niet eens over na te denken. Geen kleine jongen dus. Wat je overigens niet zou zeggen als je het verhaal leest, want hij vertelt op een heel luchtige manier over zijn leven en hoe hij te werk gaat als schrijver. Het is alsof je samen met een biertje op de bank zit en hij vertelt hoe het allemaal gelopen is.

Voor mij is het boek in ieder geval een soort eye-opener. Het allerbelangrijkst, zegt King, is dat je veel leest. Liefst zoveel mogelijk. Da’s voor mij nog een uitdaging – hoewel ik het laatste halfjaar weer veel meer met m’n neus in de boeken ben gedoken. Zelf leest hij ongeveer 70 tot 80 boeken per jaar, dat is dus 1 a 2 per week (wat op zich best te doen is, als je keuzes niet al te dik zijn). Daarnaast is schrijven volgens King voornamelijk twee dingen: discipline en hard werken. Dat was voor mij in ieder geval een verrassing: ik had min of meer verwacht dat alle grote schrijvers zich lieten meevoeren door hun muze, en dat ze enkel schreven wanneer de inspiratie zou komen aanwaaien. King maakt met die gedachten in ieder geval korte metten: hij zit dagelijks stipt om 9 uur achter z’n PC, en dwingt zichzelf dan om minimaal 2.000 woorden te schrijven. Let wel, dit dan ook 365 dagen per jaar. Zodra hij klaar is, mag hij van zichzelf de rest van de ochtend of middag besteden aan andere dingen (bijvoorbeeld lezen of koken), maar het getal 2.000 is heilig, daar wordt niet aan getornd. Zijn bewering is dan ook dat je een eerste “draft” van het verhaal altijd binnen drie maanden op papier zou moeten hebben staan, wat overeenkomt met 180.000 woorden – een aardige pil, als je uitgaat van 200 á 300 woorden per pagina. Het argument wat hij daarvoor aandraagt is dat als je té lang over zo’n draft doet, je uiteindelijk je grip op het verhaal en de personages verliest. Neem dan ook nooit meer dan één dag pauze, beargumenteert hij. Anders kan je hele idee zomaar vervliegen.
Natuurlijk is Stephen King niet representatief voor de hele schrijverswereld, maar voor mij is hij wel één van mijn grotere helden en bovendien biedt On Writing een razend interessant kijkje in de geest van een schrijver. Het boek is zeker een aanrader voor iedereen die wel eens wat op papier zet, of zou willen zetten.

Over dat laatste gesproken wil ik nog even terugblikken op 1 januari, de start van deze schrijfmaand. “The hardest part is always right before you start”, schrijft King daarover. Dat kan ik inmiddels volmondig beamen. Die eerste dag was een ramp. Die eerste zin! Ik heb wel een uur naar een wit scherm zitten staren terwijl de cursor van Microsoft Word me aan het uitdagen was. Het was alsof hij me bij elke knippering even uitlachte. Ha! Ha! Ha! Op dat moment herinnerde ik me een fragment uit een televisieprogramma waarbij de openingszinnen van grote romans uit de Nederlandse literatuur werden geciteerd. Ik voelde me de moed al in de schoenen zakken nog vóór ik goed en wel was begonnen. Wat als mijn openingszin niet goed was? Dan kon ik eigenlijk net zo goed meteen inpakken. Na een uur nagelbijten en vloeken was ik er klaar mee. De oplossing: het eerste hoofdstuk overslaan en beginnen op een punt waar je wél een goed gevoel over hebt. En dat heb ik gedaan.

Inmiddels staan er dus al bijna 28.000 woorden op papier en heb ik al een redelijk deel van het verhaal verteld, al moet de bulk nog komen. Ik schat dat het uiteindelijk ergens tussen de 100.000 en 120.000 woorden zal worden, wat naar horen zeggen redelijk groot is voor een eerste roman. Volgens Kings formule zou het dan ergens eind februari af moeten zijn, wat ik me nu nog niet kan voorstellen, maar we zullen het zien. Ik merk wel dat het wel steeds lastiger wordt om de output te blijven leveren die ik in het begin kon produceren. Het is alsof je met de auto op reis gaat naar een ver land: de eerste paar uur rij je voornamelijk over wegen die je al duizend keer hebt gezien, net zoals het begin van het verhaal zich al oneindig vaak in je hoofd heeft afgespeeld. Maar dan kom je op een punt waar je het allemaal niet meer herkent en moet je maar gaan vertrouwen op je kaart en je navigatie – in het geval van mijn verhaal, de synopsis die ik eerder had geschreven. Op veel punten ben ik daar overigens al van afgeweken, en vanaf nu kom ik in het deel van het verhaal waarvan ik van tevoren had voorspeld dat het het moeilijkst zou worden om te schrijven. Heel benieuwd dus of ik volgende week de volgende mijlpaal, 37.500 woorden,  heb gehaald. Stay tuned!

PS: Ik krijg van mensen het verzoek om eens wat meer in te gaan op de inhoud van het verhaal. Daarover de volgende keer meer!

Writer’s Blog (3)

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *