Writer’s Blog (6)

Tussenstand: 59.267 woorden

Het was een kletsnatte zaterdagmiddag, en de maand was bijna om.
Tijdens de laatste week had een moedige zonnestraal af en toe geprobeerd om voorzichtig door de gordijnen van het wolkendek te gluren, om vervolgens weer gauw te verdwijnen in de coulissen van de winter. Het was nog niet de tijd om op het toneel te verschijnen, de lente was nog veel te ver weg. Toch wees alles erop dat er die middag iets moois tot bloei zou komen.

De schrijver liet zijn vingers met onnavolgbare snelheid over het toetsenbord glijden en haalde daarbij een nette score van ruim tweehonderd aanslagen per minuut. Niet slecht, gezien het feit dat hij nooit echt geleerd had om te typen, en daardoor slechts twee van de tien vingers gebruikte. Hij gniffelde om de symboliek: een schrijver die enkel zijn middelvingers nodig had. Hij zou een goed criticus zijn.

De plopjes van de uiteenspattende regendruppels en de tikken op het toetsenbord vormden een perfecte harmonie, totdat de laatsten er ineens mee ophielden. De schrijver liet zijn handen rusten, keek omhoog en staarde met een zekere vorm van opwinding naar het getalletje dat Microsoft Word hem links onderin het scherm voorschotelde:

dump2

Ik heb mijn doel behaald, zo schoot het door hem heen. Hij kon het zelf maar amper geloven. Het waren waarschijnlijk meer woorden dan hij de afgelopen vijf jaar in totaal op papier had weten te krijgen, laat staan dat hij er ooit zoveel in één verhaal had weten te proppen. Het fascinerendste was nog dat het met zoveel gemak was gegaan. Natuurlijk, er waren de gebruikelijke blokkades geweest, maar dat waren geen boomstammen op de weg. Hooguit houten takjes die bij de minste weerstand doormidden waren gebroken. Hij leunde achterover. Hoe nu verder? Het antwoord kwam er eigenlijk meteen achteraan: doorgaan. Als hij zoiets als dit één maand kon volhouden, waarom dan niet twee? Of drie? In dit tempo zou hij na drie maanden de volledige kladversie van het boek af hebben. De gedachte duizelde hem, maar werkte tegelijkertijd als een rode lap op een stier. Hij staarde nogmaals naar buiten en zag dat de donkere wolken zich weinig van zijn euforische stemming aantrokken. Ze leken hun schouders op te halen om vervolgens nog maar eens een regengordijn over hem heen te gooien. Maar hij merkte het niet. Het geluid van de toetsaanslagen voegde zich weer bij dat van de vallende druppels.

Afijn, voor de mensen die niet van pretentieus geneuzel houden: het is me dus gelukt! 50.000 woorden, en dat binnen de maand die ik mezelf als doel gesteld had. Ruim zelfs, want ik had nog maar liefst 32 uur over. Yes! Inmiddels heb ik de lijn verder doorgetrokken en zit ik al dichtbij de 60.000. Nog altijd op koers richting een ton(!) woorden aan het eind van februari. Bovendien heb ik het eerste en tweede stuk van het verhaal af en ben ik toegekomen aan het derde en laatste deel. Dat deel is overigens wel het grootste, dus het is nog te vroeg om de conclusie te trekken dat ik al op twee derde ben. Maar lang zal dat niet meer duren.

Wat mij persoonlijk betreft is er deze week weinig nieuws. Langzaam maar zeker begin ik te aarden op mijn nieuwe werkplek, maar ik merk dat het schrijven een onbedoeld sluimerend neveneffect heeft op mijn dagelijkse bezigheden. Het is alsof de kick van het werken aan een boek in negatieve zin doorwerkt op de andere zaken. In zekere zin lijkt het daardoor op een soort drug: tijdens de periodes dat je niet high bent ga je twijfelen aan het nut en de lol van de andere dingen die je doet, waaronder het werk. Het is twijfel wat de klok slaat: is dit werk wel iets wat ik nog veel langer zou willen doen? Tijdens de basisschool wilde ik niets liever dan astronaut worden, maar toen ik voor het eerst goed besefte wat daar allemaal bij kwam kijken liet ik (als echte angsthaas) die ambitie al gauw vallen, waarna het volgende doel werd om schrijver te worden. Dat hield ik langer vol, maar het was tijdens een workshop in de derde klas van de middelbare school – waarbij ik me had ingeschreven voor een introductie van de opleiding journalistiek – dat ik ook hier met beide benen op de grond werd gezet. Dankzij de voorlichter werd mijn droombeeld in een paar minuten tijd vakkundig aan gruzelementen geslagen. De samenvatting: het leven van een journalist is keihard, je bent van ’s ochtends vroeg tot ’s avonds laat met je werk bezig en moet er op onregelmatige tijden uit om verslag te doen van de meest idiote dingen. En tot overmaat van ramp: het betaalt voor geen ene meter. Nu moet ik er wel bij zeggen dat geld nooit echt een drijfveer voor me is geweest, en ik ben ook de laatste om te zeggen dat geld gelukkig maakt, maar zeg eerlijk: het is nog altijd beter om te huilen in een dikke Mercedes dan achterop een fiets.

Goed, ik zette de journalistiek opzij en richtte mijn blik op de ICT. Nu waren computers altijd al wel mijn ding geweest, en tijdens de laatste jaren van de middelbare school – de hondsdagen van mijn puberteit – was dat helemaal het geval. Computers waren een makkelijke vlucht. Terwijl mijn klasgenoten in die tijd elkaar de loef afstaken met debatwedstrijden, allemaal welbespraakte kakkers in spé waren en unaniem voor een opleiding als accountant of advocaat kozen, zat ik met mijn grafische rekenmachine te pielen. Om maar net even dat ene regeltje code werkend te krijgen. Ik denk dat ze mij in de klas maar een rare snuiter worden, maar me ook wel waardeerden omdat ik ze allerlei programmaatjes gaf die ze als spiekbriefje konden gebruiken tijdens examens. Dit gaf me even de illusie van populariteit, maar toen ik een keer demonstratief weigerde om mijn spiekbriefjes te delen werd me meteen duidelijk hoe dun dat laagje vernis was. Ik was er dan ook totaal niet rouwig om dat ik de middelbare school kon verlaten, weg van al die opgeblazen VVD’ers waarbij de aardappel in de keel al ontkiemd leek te zijn. Nu kom ik nog wel eens op reünies en mag dan aanhoren hoe diezelfde kakkers inmiddels aan hun vijfde studie bezig zijn of een studieschuld hebben van zes cijfers. Stiekem moet ik er dan wel een beetje om gniffelen.

De keuze voor de ICT heeft me niet bepaald windeieren gelegd, want na een enigszins problematische eerste baan bij een webwinkel ging ik aan de slag in de detachering en wist ik me al snel op te werken, met een mooie baan en salaris en dito perspectieven als gevolg. Mijn carrièrepad zag en ziet er rooskleurig uit, als ik maar bereid ben om verder in mezelf te investeren en offers te maken om mezelf op te werken. En juist daar zit hem het probleem. Sinds mijn hartstilstand weet ik namelijk niet meer zo zeker of ik dat wel wil. Het kan er uiteraard mee te maken hebben dat ik me al sinds mei nog niet echt fatsoenlijk heb kunnen vastbijten in een echt project, maar het voelt als een teken aan de wand. In zekere zin zie ik de hele schrijfhobby dan ook als een deur die op een kier staat. Wat er achter die deur is weet ik nog niet, en misschien passeer ik die deur wel zonder hem ooit open te maken, maar de flauwe glans die eronderdoor komt maakt me wel enorm nieuwsgierig.

Tip: wil je automatisch een mailtje ontvangen als ik een nieuwe blog heb geschreven? Schrijf je dan hier in

Writer’s Blog (6)

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *