Writer’s Blog (7)

Tussenstand: 69.222 woorden

tired-of-writing

Weer een week verder. Twee dingen zijn me de afgelopen zeven dagen opgevallen:

  1. Ik ben bijna de 70.000 woorden gepasseerd. Een nieuwe mijlpaal: ik heb namelijk nog eens door wat oudere documenten van mezelf gebladerd, maar het lijkt erop dat dit het grootste aantal woorden is dat ik ooit in één document heb weggetikt. Twee weken terug spraken we nog over de magische grens van de vijftigduizend, maar nu komt het echte einde al in zicht. Het is nog slechts een vaag puntje aan de horizon, maar het is er wel degelijk.
  2. Ik ben bijna uitgeput.

Wat dit tweede punt betreft: raak alstublieft niet in paniek, het gaat fysiek nog altijd prima met me. Deze week ben ik begonnen met nieuwe medicijnen. Of ze al werken weet ik nog niet, maar er lijken in ieder geval voorlopig geen bijwerkingen op te treden.
De uitputting die ik bedoel ligt op schrijfvlak. Ik slaag er nog wel in om woorden op papier te krijgen, maar het gaat lang niet meer zo soepel in het begin. Mijn focus is ook wat minder en de dialogen komen niet helemaal uit de verf zoals ik eigenlijk zou willen. Ik merk dat ik me er steeds meer op instel dat de kwaliteit minder wordt en het nu gewoon op een sprint richting de eindstreep begint te lijken. Op internet lees ik gelukkig dat vrijwel alle schrijvers met dit probleem kampen: het begin van een boek is meestal makkelijk, omdat je nog niet echt een richting voor het verhaal hebt gekozen en dus vrijuit kan schrijven. Naarmate het verhaal groter wordt neemt ook de hoeveelheid “ballast” toe: er zijn keuzes gemaakt, de hoofdpersonages hebben bepaalde dingen meegemaakt en bij elke zin die je opschrijft moet je in je achterhoofd blijven controleren of het niet tegenstrijdig is met de dingen die je eerder geschreven hebt.

Het doel is nog steeds om eind februari, begin maart bij het eindpunt te zijn. Dan volgt er nog een berg met “herstelwerkzaamheden” voor de dingen die ik onderweg heb laten liggen: uiteraard zaken zoals typfoutjes en kromme zinnen, maar ook in het verhaal zitten er inmiddels een aantal inconsistenties omdat ik halverwege heb besloten om een aantal cruciale plotwijzingen door te voeren. Ik hoop dat ik me ze nog allemaal kan herinneren.

Als al die puntjes zijn opgelost ga ik in ieder geval een korte “schrijfvakantie” nemen. Even niet aan de dagelijkse 2.000 woorden denken. De eerste draftversie gaat voor een paar weken de kast in, en dan neem ik me voor om daarna het hele document nog eens door te lezen om te kijken of het nu ook echt een logisch geheel is geworden. Met andere woorden: ik heb de individuele bomen geschilderd, maar de vraag is of ik straks, als ik een stapje achteruit doe, nog een bos kan zien. Ik kijk nu stiekem al wel een beetje uit naar die vakantie, omdat ik merk dat de inspiratiebatterij weer een beetje opgeladen moet worden.
Een echte vakantie zal het niet worden: naast deze blog (waar ik overigens veel minder moeite mee heb dan met het boek, omdat het telkens afgebakende stukjes zijn) schrijf ik sinds een maand of vijf ook de promotieberichten voor Xinix op Facebook. Gemiddeld zijn dat er ongeveer twee per week. In het begin was dat een eitje, maar ik merk nu dat het steeds moeilijker wordt om nog met spitsvondige woordspelingen op de proppen te komen. Het sociaal netwerk is wat dat betreft een meedogenloze graadmeter: de kwaliteit van een stukje tekst is meestal terug te zien in het aantal “likes” dat de berichtjes krijgen. De laatste weken loopt dat duidelijk merkbaar terug. Ben ik de vonk kwijt? Ik hoop het niet.

Een ander punt wat meeweegt in mijn gemoedstoestand is het resultaat van een schrijfwedstrijd waar ik eind januari aan heb meegedaan. Deze werd uitgeschreven door een onbekende website, met als hoofdprijs een geldprijs en een boekenpakket. Ik besloot om eraan mee te doen, puur om mezelf eens te testen. Schrijven is eigenlijk een soort sport: je kunt wekelijks je trainingsrondjes rennen, maar op een gegeven moment moet je gewoon eens een keer meedoen aan een singelloop of iets dergelijks zodat je pas echt doorkrijgt hoe goed je conditie is ten opzichte van de “concurrentie”. Vol zelfvertrouwen begon ik aan een verhaal (het mocht uit maximaal 2500 woorden bestaan en moest het thema “Verstrikt” hebben) wat uiteindelijk resulteerde in een plot. Het ging over een man die doodsbang is voor de tandarts, maar er uiteindelijk toch naartoe moet vanwege een ontstoken kies. Eenmaal aangekomen blijkt de vaste tandarts afwezig te zijn en ziet de vervanger eruit als een soort Frankenstein. De hoofdpersoon laat zich wegens zijn angst platspuiten met een flinke verdoving zodat hij zichzelf uiteindelijk geen millimeter meer kan bewegen. Op dat moment zet de tandarts de radio aan en is er een extra nieuwsbericht over een ontsnapte TBS’er die qua profiel precies voldoet aan de griezel waaraan de hoofdpersoon is overgeleverd.

Ik geef toe, het was geen origineel verhaal en misschien ook niet helemaal waterdicht of realistisch, maar er zat een flinke dosis humor in, en een leuke plotwending aan het eind. Kortom: ik had het gevoel dat ik kans maakte. Zo’n twee weken geleden stuurde ik het in en toen was het wachten op de uitslag. In gedachten had ik het prijzengeld al gespendeerd, maar toen ik afgelopen vrijdag een mailtje kreeg dat er ruim 180 inzendingen waren die bovendien allemaal van zeer hoge kwaliteit waren, zakte de moed me al en beetje in de schoenen. Zondag werd de shortlist van de tien beste verhalen bekend gemaakt die nog kans maakten op de eindwinst. Geen Niels Colijn. Daarnaast had de organisatie een lijst met ongeveer twintig verhalen gepubliceerd die weliswaar niet op de shortlist stonden, maar wel dusdanig bijzonder waren dat ze het vermelden waard waren. Ook geen Niels Colijn.

Met andere woorden, ik sta weer met beide benen op de grond. Het is duidelijk dat schrijven niet alleen een kwestie is van talent, maar ook van hard werken en blijven slijpen tot er iets uitkomt wat écht goed is. Waarschijnlijk heb ik er iets te licht over gedacht. In zekere zin is het dus een positief iets dat ik niet bij de beste verhalen zit, want dat is weer een extra motivatie om de volgende keer beter m’n best te doen. Toch kan ik niet helpen dat het wel een beetje knaagt aan mijn zelfvertrouwen. Regelmatig hoor ik om me heen dat ik enorm leuk schrijf, maar blijkbaar geldt dat voor een heleboel mensen. Er is dus nog een lange en moeilijke weg te gaan. Maar goed, zonder wrijving is er geen glans.

 

Writer’s Blog (7)

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *