Testing, 1… 2…

Even uw aandacht voor iets anders.

Na drie blogs te hebben gehuild over hoe slecht ik het allemaal wel niet getroffen heb en dat het zo erg is voor mij en mijn familie, is het nu tijd om therapeutisch een keer een ander onderwerp aan te snijden. Aangezien dit blog toch voornamelijk over mezelf gaat ben ik zo brutaal om dan maar iets te schrijven over iets wat me wekelijks 40 uur kost: mijn werk. Ben je enkel geïnteresseerd in zielige verhalen of hartproblemen, stop dan nu met lezen en wacht op deel 4 van mijn hartverscheurende verhaal, dat aanstaande vrijdag in dit feuilleton geplaatst wordt.

 

….

 

 

Nog steeds aan het lezen? Heel goed. Zoals iedereen weet is de meest gestelde standaardvraag op feestjes: “Wat doe je voor de kost?” Los van het feit dat deze vraag een enorme dooddoener is (wat interesseert het je nou eigenlijk wat iemand doet voor werk? Die persoon zie je na vandaag waarschijnlijk toch nooit meer. Waarom stellen we elkaar niet gewoon de vraag “wat zijn je hobby’s?” of “wat vind je nou echt leuk?”, dan heb je ook meteen een gesprek dat wél de moeite waarde is) geef ik meestal ook een niet al te informatief antwoord. Daar heb ik zo ook wel mijn redenen voor:

  • De persoon die het vraagt is niet echt geïnteresseerd. Het is sociaal wenselijk dat je een gesprek gaande houdt als bijvoorbeeld je partners even met elkaar in gesprek zijn, dus stel je zo’n soort vraag.
  • Ik ben zelf niet geïnteresseerd. Ik ben op een feestje, val me niet lastig met je vragen.
  • Ik vind mijn werk niet interessant genoeg om over te praten.

Dat laatste is natuurlijk veruit de belangrijkste reden. Sure, we kunnen niet allemaal diepzeeduiker, astronaut of schrijver zijn, maar op de ladder van interessante beroepen bungelt dat van ICT-er ergens onderaan op de laagste sport. Dan heb je binnen de beroepsgroep ICT-ers nog een onderverdeling in aansprekende en minder aansprekende functies. Bovenaan de ladder staan de Architect en de Informatie-analist. Een architect binnen de ICT doet min of meer hetzelfde als een normale architect, alleen dan voor software of systemen in plaats van bouwwerken. Hij bepaalt in grote lijnen hoe een product er uit moet komen te zien en hoe een eindgebruiker er mee moet werken. De Informatie-analist is ook iemand die ontzag inboezemt: hij legt vast waar het product precies aan moet voldoen aan wat de klant hebben wil. Zonder een goede informatie-analyse krijg je, nou ja, een product waar niemand op zit te wachten of niemand mee kan werken. Neem bijvoorbeeld C2000 (een communicatienetwerk voor de politie) of het Elektronisch Patiënten Dossier. Overigens zijn het bijna altijd projecten van overheid die op die manier compleet mislukken. Maar daarover later meer.

Onder deze twee functies krijg je de Projectmanager. Vaak de baan die het meeste geld oplevert, maar ook het meeste gezeik en de meeste overuren. Vandaar dat de meeste mensen in de ICT liever een baan als architect overwegen. Dan verdien je ook goed en krijg je ook wel gezeik over je heen, maar kun je meestal nog wel volhouden dat jij toch echt de expert bent en het dus wel beter zal weten. Projectmanagers hebben meestal totaal geen verstand van ICT. Dan heb je de ontwikkelaars, de bouwers. Zij zijn de working class en zorgen ervoor dat het product doet wat de architect bepaald heeft. En dan, tenslotte, is er helemaal aan de onderkant van de ladder nog één functie die we nog niet benoemd hebben. Eén baan, zo laag bij de grond, dat er in de wereldgeschiedenis nog geen enkel kind is geweest dat dat als antwoord koos als de juf vroeg: wat wil je later worden? Het zijn de onderkruipsels, de wormen onder de paria’s. Dames en heren, ik stel u voor: de tester.

Private-Investigation-Companies1-e1443681847549

Testers zijn de plankton in de voedselketen van de beroepskeuzes. Ondanks dat er duizenden mensen in het testvak zitten is er geen enkele MBO-, HBO- of universitaire opleiding tot testprofesssional. Sterker nog, de meeste ICT-collega’s hebben er zelfs een hekel aan – met name de programmeurs. Als programmeur heb je een nobele taak: je krijgt een beschrijving van hoe iets moet werken, en gaat er dan alles aan doen om het ook werkend te krijgen. Een tester heeft een heel ander doel voor ogen. Als tester heb je een destructieve mindset. Je doel is om dingen die anderen gemaakt hebben kapot te maken, en dat werkt voor die anderen natuurlijk ontzettend frustrerend. Hebben ze eindelijk een mooi computerprogramma gemaakt dat alle problemen oplost, en dan zul je zien dat de tester net op die éne knop drukt die de hele boel laat vastlopen. Het is om depressief van te worden.

Voor degenen die het nog niet doorhadden: ik ben dus inderdaad zo’n onderkruipsel. Iemand die alleen maar geld en tijd kost, en niks oplevert. Tot een paar jaar geleden bonkte ik dagelijks op de knoppen om andermans werk stuk te krijgen, en sinds 2012 ben ik Testmanager. Dit houdt in dat ik andere mensen moet opleiden tot testers die net zo intens slecht zijn als ikzelf, en bovendien de strategie moet uitwerken om de boel kapot te krijgen. In zekere zin zou je dus kunnen zeggen dat de Testmanager nog een graadje lager zit dan de testers zelf. Af en toe voel ik mezelf de Gollum van de computerwereld.

Toch hebben testers – net als eencellige organismen – ook een bijzonder nuttige taak. Sterker nog, het succes van een product wordt vaak bepaald door hoe goed de testers hun werk hebben gedaan. Ondanks dat we vaak dingen kapot maken, is het achterliggende doel natuurlijk fouten vinden en op die manier de bouwers en architecten aan te sporen om een beter product te maken. Vaak wordt het succes van een product bepaald door de eerste indruk. Als een gebruiker meteen een fout ziet is het vertrouwen in een product vaak meteen onherstelbaar beschadigd. Een stabiel product wordt daarentegen meestal hoog gewaardeerd. Zonder testers zou dit niet mogelijk zijn.

In het vervolg van deze serie zal ik dieper ingaan op mijn werk als Testmanager en hoe testen nou eigenlijk precies in z’n werk gaat, maar tot slot nog even een wijze levensles om dit verhaal mee af sluiten. Mensen letten vaak alleen op dingen die misgaan. Zo hoor je regelmatig opmerkingen als “m’n telefoon liep weer eens vast” of “de treinen reden weer eens niet vanwege een computerstoring.” Ik zou willen zeggen: als het nou wél werkt, denk dan ook eens een keer het tegenovergestelde. Denk dan eens: “Goh, wat werkt dit programma toch eigenlijk soepel” of “Jippie, m’n computer is vandaag wéér niet vastgelopen”. Achter de meest simpel ogende systemen zit vaak enorm complexe logica waar veel testers hun ziel en zaligheid aan gewijd hebben, vaak ten koste van hun relatie met collega’s.

Ik dank u namens al mijn testcollega’s.

Testing, 1… 2…

2 gedachten over “Testing, 1… 2…

  1. Corine schreef:

    WAT jij ook schrijft Niels, het is een waar genot om te lezen (hoewel ‘genot’ natuurlijk niet altijd het juist woord is). Mocht je ooit een ander beroep dan ‘tester’ overwegen, dan denk ik dat je het als schrijver zeeeeeeeeer ver zult schoppen.

  2. Roos schreef:

    Ik heb altijd al eens willen weten hoe dat vreemde Mordor van de arbeidsmarkt ‘de ICT-wereld’ in elkaar zit. Dat meen ik serieus. Het is echt leuk om een idee te hebben van wat er achter schuilt en tot nu toe begrijp ik (als digibeet zijnde) je verhaal nog, dus goed gedaan Gollum!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *